VERHAAL – Meesters van de kust

Op 20 juni 1868 verschenen twintig vissers uit Oostende en Bredene voor de correctionele rechtbank van Brugge. De aanklacht: ze zouden Engelse vissersboten hebben bestormd die in Oostende voor anker lagen, en daarbij de vangst van hun Britse collega’s hebben vernietigd.

Historicus Matteo De Vuyst (UGent) dook in de archieven en zocht uit wat er aan de hand was.

De aanleiding: Engelse vissers in Belgisch vaarwater

Op 28 april 1868 lagen zes Engelse vissersboten rustig voor anker in de haven van Oostende. De dag ervoor hadden ze voor de Belgische kust garnalen gevangen – een activiteit die hen door de Belgische wet niet verboden werd, maar die bij de lokale vissers wel tot grote woede leidde. Ze waren woest “omdat de Engelsche visschers zich toelaten op onze kust gernaarden te visschen, hetgeene ons belet voor ons en onze huisgezinnen den kost te winnen”. Voor de garnaalvissers van Oostende en het nabijgelegen Bredene ging dit niet alleen over concurrentie, maar over hun bestaansmiddelen.

Een bijeenkomst op de kade

Het nieuws over de Engelse vissers verspreidde zich als een lopend vuurtje door Oostende en Bredene. Die voormiddag verzamelden lokale vissers zich massaal op de kaaien van Oostende. De sfeer was gespannen; hun toekomst leek op het spel te staan. Deze vissers, wiens levens afhankelijk waren van de zee, voelden zich in het nauw gedreven. Tijdens hun bijeenkomst bespraken ze hoe ze de Engelse visserijactiviteiten voor de Belgische kust een halt konden toeroepen.

Als eerste wilden ze de officiële weg bewandelen: de vissers besloten de commissaris van het Zeewezen te benaderen. Ze legden hun klacht voor en benadrukten dat de Engelse vissers hun inkomen onder druk zetten. Bovendien wezen ze op de schrijnende onrechtvaardigheid van de wet: terwijl de Engelsen vrijelijk voor de Belgische kust mochten vissen, hadden de Oostendse vissers dat recht niet voor de Engelse kusten.

Tot hun frustratie kregen de vissers weinig gehoor. De commissaris nam geen concrete maatregelen tegen de activiteiten van de Engelse vissers. Het gevoel van onmacht groeide daardoor alleen maar. Eén van de vissers sprak op dat moment de gedachte van velen uit:

“Indien er niemand agter kan zien en ons regt [kan] doen, laat het aan ons”

Wat hieruit volgde, was een duidelijke oproep om actie te ondernemen, desnoods buiten de officiële kanalen om. De vissers zagen zichzelf als de enigen die hun gemeenschap en toekomst konden verdedigen tegen wat zij als een oneerlijke indringer beschouwden. Ze zouden de Engelse vissers een lesje leren.

Storm op zee

Rond het middaguur verzamelde een groeiende groep vissers zich opnieuw op de kaaien van Oostende. Met vastberadenheid trommelden ze anderen op om zich bij hen aan te sluiten. Gewapend met woede en een gevoel van onrecht stapten ze in roeiboten en zetten koers naar de Engelse schepen in de Oostendse haven.

Eenmaal aangekomen klommen ze zonder aarzelen aan boord van de Engelse boten. Er volgde een chaotisch tafereel. Sommige vissers richtten zich direct tot de Engelse bemanning, waarbij ze allerlei dreigementen uitten en duidelijk maakten dat de Engelsen niet welkom waren voor de Belgische kust. Anderen gingen nog een stap verder: ze stormden de ruimen in, haalden de manden met garnalen tevoorschijn en gooiden deze zonder pardon terug de zee in.

De Engelse vissers waren met te weinig om weerstand te bieden. Getuigen beschrijven de gebeurtenissen verschillend. Sommigen beweren dat de Engelsen halsoverkop naar de kant vluchtten, terwijl anderen meenden dat er daadwerkelijk schermutselingen waren tussen beide groepen. Wat wel zeker is: de garnalen die de Engelse vissers met zoveel moeite hadden gevangen, werden in een oogwenk teruggegeven aan de zee.

Bron: Het Burgerwelzijn, 25 februari 1888

Blijvende conflicten

De botsing tussen de Oostendse vissers en de Engelse concurrenten in 1868 bleek slechts een onderdeel van een conflict dat nog lang zou aanslepen. De spanningen tussen beide groepen laaiden regelmatig op en zouden de Belgische visserijgemeenschap nog decennia bezighouden.

Voor de Oostendse vissers was het niet alleen een kwestie van territorium, maar ook van eerlijke concurrentie. De Engelsen overspoelden de lokale markt met hun vangsten tegen lagere prijzen, wat de positie van de Belgische vissers verder verzwakte. Het resultaat? Nieuwe opstootjes en rellen tussen de Belgische en Engelse vissers.

Een van de meest dramatische momenten vond plaats in 1887. Op 23 augustus 1887 probeerden Oostendse vissers de lossing en verkoop van Engelse vis in de vismijn te verhinderen. De situatie escaleerde snel en leidde tot chaos. De volgende dag werden de gemoederen opnieuw verhit, toen een Engelse sloep door boze vissers werd bestormd.

De lokale autoriteiten stonden voor een enorme uitdaging. Zowel de burgerwacht als de gendarmerie moest ingrijpen om de opstand te onderdrukken. Hun interventie kon niet voorkomen dat er slachtoffers vielen. Zes mensen raakten gewond en twee dodelijke slachtoffers vielen te betreuren.

Ondanks het heftige protest veranderde er voor de Oostendse vissers weinig. De verkoop van geïmporteerde vis ging onverminderd door, en de spanningen met Engelse vissers bleven bestaan. Het duurde tot na de Eerste Wereldoorlog voordat er significante veranderingen werden doorgevoerd die de positie van de Oostendse vissers verbeterden.

Een bron van inspiratie

De gebeurtenissen van 1887 inspireerden verschillende kunstenaars. De opstand van 1887 werd bijvoorbeeld een jaar later door James Ensor vastgelegd in De Staking, een indrukwekkende tekening bestaande uit zes bladen. In 1892 vervaardigde hij het schilderij De Gendarmen. In dit schilderij legde Ensor de schrijnende ongelijkheid bloot tussen de vissers en de burgerij. De twee gesneuvelde vissers liggen in het mortuarium, omringd door burgerwachten die hun bajonetten schoonvegen en hun verdiende centen tellen, een wrange tegenstelling met de armoede van de vissers.

Meer lezen over de vissersopstanden?

  • Dossier 3482, 20.6.1868. Rijksarchief Brugge, Correctionele rechtbank van Brugge, EA Brugge C 0000, 2628.
  • De Smet, Jos. “De vissersopstand te Oostende. Augustus 1887.” Biekorf 57, nr. 10 (1956): 289–98.
  • Jansoone, Roger. “Op Themis’ bankje: de gerechtelijke nasleep van de vissersopstand van 1887.” De Plate (oktober 2009).
  • Mels, Mieke. “James Ensor, De Gendarmes, 1892, collectie Mu.ZEE.” Vlaamsekunstcollectie.be. Geraadpleegd 13/1/2025, https://vlaamsekunstcollectie.be
  • Rabau, W. Voor koningin geboren: Oostende, duizendjarig boegbeeld voor maritiem Vlaanderen. Middelkerke: J.M.P.-Trends, 2000.
  • Voor het relaas van de gerechtelijke nasleep van de opstand in 1887, zie de krant Het Burgerwelzijn van 25.2.1888.

Over de auteur:

Matteo De Vuyst is doctoraatsstudent aan de Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Gent. In 2023 ontving hij de André Schaepdrijver Prijs voor zijn masterthesis over de verhouding tussen politie en bevolking in Aalst tijdens de negentiende eeuw. Zijn onderzoeksinteresses liggen in de sociale geschiedenis van criminaliteit en bestraffing. Zijn onderzoeksproject over de dagelijkse werking van justitie in negentiende-eeuws België wordt begeleid door prof. dr. Antoon Vrints en prof. dr. Margo De Koster en wordt gefinancierd door het FWO – Fonds Wetenschappelijk Onderzoek.

Meer van deze auteur: VERHAAL – Een dorpsrel in Houtave: de zaak van meester Louis

Een reactie achterlaten