VERHAAL – Een dorpsrel in Houtave: de zaak van meester Louis

Door Matteo De Vuyst, doctoraatsonderzoeker aan de UGent.

In het voorjaar van 1890 werd de West-Vlaamse gemeente Houtave opgeschrikt door een schandaal dat de gemeenschap in twee kampen verdeelde. Enkele ouders meenden dat de gemeenteonderwijzer, Louis C., het spaargeld van zijn leerlingen in zijn eigen zak stak. Het zorgde voor flinke opschudding en leidde tot een rechtszaak. De burgemeester getuigde later aan de onderzoeksrechter:

“(…) er is daar veel van gesproken geweest in de herbergen en langst de straten en wegen.”

De spanning was duidelijk voelbaar in het dorp, zoals blijkt uit een verslag van de gendarmerie.

“(…) maar niemand durft zich openhartig uiten, uit vrees eenen haat op zich te trekken.”


Hoe was de schoolmeester het brandpunt van de controverse geworden?

Sparen op school: een controversieel initiatief?

Vanaf 1865 konden leerlingen aan ‘schoolsparen’ doen: ze konden geld mee naar school nemen om het te sparen bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas. Dit initiatief had een dubbel doel. Enerzijds konden kinderen een spaarpotje opbouwen en anderzijds leerden ze om spaarzaam en vooruitziend te zijn. Het schoolsparen had dus ook een pedagogisch nut, want het diende hen concreet aan te leren wat sparen was en waarom het nuttig was.

Al vanaf het begin kende het systeem hevige tegenstanders. Critici vreesden dat de school te veel op een bankkantoor zou lijken en meenden dat onderwijzers minder tijd zouden hebben voor hun kerntaken: lesgeven en leerlingen begeleiden. Bovendien werd gewaarschuwd dat het schoolsparen slechte eigenschappen, zoals ijdelheid, egoïsme en jaloezie, bij kinderen zou kunnen aanwakkeren. Sommigen vreesden zelfs dat leerlingen op onwettige manieren geld zouden vergaren om te kunnen sparen.

Beschuldigingen tegen de onderwijzer

De kritiek op schoolsparen bleef niet beperkt tot theoretische discussies onder pedagogen. In Houtave leidde het systeem tot een heuse rel. In maart 1890 ontving de procureur des Konings in Brugge een brief van vier boze dorpsbewoners. Ze schreven:

“Mijnheer, de schoolmeester van Houttave houd [sic] al het geld welke onze jongens gespaart [sic] hebben in de spaarkas.”

Louis C. werd meteen ondervraagd. Hij ontkende dat hij geld had verduisterd, maar gaf wel toe dat hij niet nauwkeurig volgens de regels had gehandeld. Uit gemakzucht had hij het geld in zijn bureau bewaard in plaats van het door te storten naar de spaarkas. Zo kon hij het sneller teruggeven aan leerlingen die hun spaargeld wilden afhalen. Deze verklaring stelde de klagers echter niet gerust. Zij geloofden dat Louis het geld voor zichzelf had gehouden. Een van hen zei aan de onderzoeksrechter:

“Wij twijfelen niet of dezen onderwijzer heeft het geld onzer kinderen zichzelven toegeëigend in plaats het in de spaarkas te storten.”

In een poging om de gemoederen te sussen, ging Louis persoonlijk langs bij de gedupeerde ouders en betaalde hen het ontbrekende geld meteen terug, in totaal 94 frank.

“De braafste mensch van de wereld”

Toch moest Louis C. op 10 mei 1890 voor de correctionele rechtbank van Brugge verschijnen. Tijdens de zitting werd hij gesteund door enkele invloedrijke dorpsbewoners die ervan overtuigd waren dat het om een vergissing ging en niet om kwaad opzet. De burgemeester verklaarde tijdens de zitting:

“C. is de braafste mensch van de wereld en niemand verstaat zich aan hetgeen er nu met hem gebeurd is, (…) het is eene van de beste schoolmeesters van het kanton (…).”

Uiteindelijk werd Louis vrijgesproken. De zaak laat zien hoe gevoelig het onderwerp schoolsparen kon zijn in die tijd. Wat bedoeld was als een les in spaarzaamheid, kon snel een bron van verdeeldheid en wantrouwen worden.

Meer weten?

Over de auteur:

Matteo De Vuyst is doctoraatsstudent aan de Vakgroep Geschiedenis van de Universiteit Gent. In 2023 ontving hij de André Schaepdrijver Prijs voor zijn masterthesis over de verhouding tussen politie en bevolking in Aalst tijdens de negentiende eeuw. Zijn onderzoeksinteresses liggen in de sociale geschiedenis van criminaliteit en bestraffing. Zijn onderzoeksproject over de dagelijkse werking van justitie in negentiende-eeuws België wordt begeleid door prof. dr. Antoon Vrints en prof. dr. Margo De Koster en wordt gefinancierd door het FWO – Fonds Wetenschappelijk Onderzoek.

One Comment Add yours

Een reactie achterlaten