De 34-jarige Emeline Braeckmans overleed op 22 december 1921 in haar huis in Sint-Gillis Dendermonde na een lange slepende ziekte. Haar man Henri Pollaerts, directeur van de schoenfabriek Schelde & Dender, verkondigde aan iedereen hoe droevig hij was na haar dood.

Arsenicum voor een ‘grote, gevaarlijke hond’
Maar toen de Gentse apotheker Beghin Emelines doodsprentje zag, gingen er bij hem alarmbellen af. Had Emelines echtgenoot Pollaerts de voorbije maanden immers geen grote hoeveelheden arsenicumpoeders bij hem besteld? Zogezegd voor het “doden van een grote, gevaarlijke hond”…
De apotheker, die verplicht was om elke aankoop van giftige producten te registreren in een boekje “Demandes de poison”, keek het onmiddellijk na en vond inderdaad verschillende bestellingen van arsenicum terug voor Pollaerts.

Apotheker Beghin rapporteerde zijn verdenkingen aan de politie en Henri Pollaerts werd aangehouden.
Doodstraf
Aanvankelijk beweerde Pollaerts dat zijn minnares Anna het had gedaan, maar uiteindelijk ging hij door de knieën en bekende de “rouwende” echtgenoot dat hij zijn vrouw sinds april 1921 maandenlang kleine hoeveelheden arsenicum had toegediend. Hij mengde het in “hare dranken, soepen en spijzen”.
Het assisenhof veroordeelde Pollaerts in 1923 tot de doodstraf die werd omgezet in 15 jaar dwangarbeid. Het vonnis werd op grote affiches uitgehangen in Gent en Dendermonde.
