TEAM – In gesprek met vrijwilliger Wim

Wim Vandenberghe identificeerde al duizenden gevangenen en is ook de bedreven beheerder van ons vraagforum. We legden hem enkele vragen voor om hem beter te leren kennen.

Dag Wim, kan je jezelf even aan ons voorstellen?

Wim: Hoi, Ik ben Wim. Mijn ouders hielden van korte namen, dus mijn eenlettergrepige naam werd twee jaar later gevolgd door mijn jongere zus An en tot slot onze jongste broer Tom.

Op deze foto zit ik in het midden, tussen mijn jongere broer Tom en mijn zus An, ca. 1985

Jullie kennen mijn zus An allemaal als het aanspreekpunt voor OUTLAW en de verdeelster van koffie en koekjes aan de vrijwilligers in het Rijksarchief in Gent. Ik ben net zoals mijn broer en zus in Gent geboren. Ik heb daar nog in de kleuterschool van de Bollekensschool gezeten.

Opgegroeid in Hoogstraten

Wim: Lang hebben we niet in Gent gewoond, want we zijn vroeg in onze kinderjaren naar de Kempen verhuisd, meer bepaald naar Hoogstraten, tegen de grens met Nederland.

“Boefje en bandiet” spelen met mijn broer Tom, ca. 1983

Hoogstraten is natuurlijk gekend om haar sappige aardbeien, maar wist je dat er in het kasteel Gelmelslot ook een gevangenis zit? Van 1810 tot 1880 werd het kasteel gebruikt als bedelaarsoord. In 1880 werd het een landbouwkolonie en sinds 1931 tot vandaag functioneert het gebouw als een penitentiair schoolcentrum. Het gevangeniswezen was dus ook in mijn jeugd nooit ver weg 😉.

Luchtfoto van de gevangenis van Hoogstraten, een penitentiair schoolcentrum in kasteel Gelmelslot met een open gevangenisregime


Via studies naar Scandinavië

Wim: In Hoogstraten heb ik Moderne Talen-Wiskunde gestudeerd op het Klein Seminarie en na de middelbare school ben ik Germaanse talen Engels en Duits gaan studeren in Leuven. Tijdens mijn studies heb ik ook een jaartje Erasmus gedaan aan de Universiteit van Aarhus in Denemarken waaraan ik een geweldige vriendschap overhield die nu al 28 jaar standhoudt.

Gebeten door de Scandinavische microbe, trok ik na mijn studies naar Stockholm in Zweden, waar ook mijn zoon Niels en dochter Linn geboren zijn. Naast freelance vertaalwerk, gidste ik daar Nederlandstalige en Duitstalige bezoekers rond in het Vasa Museum.

De Vasa is een Zweeds oorlogsschip dat op 10 augustus 1628 op zijn eerste tocht al na 20 minuten zonk in de haven van Stockholm. Het schip werd in 1961 geborgen en is sinds 1988 te bezichtigen in het Vasamuseum in Stockholm.


Enkele jaren geleden ben ik met mijn familie van Zweden naar Engeland verhuisd waar ik nu in Wimbledon bij Londen op een middelbare school werk met leerlingen die wat extra steun nodig hebben.

Hoe ben je als vrijwilliger bij project OUTLAW terechtgekomen?

Wim: Nepotisme kan ik het niet noemen, want ik krijg in tegenstelling tot sommige andere vrijwilligers geen koekjes en koffie van An. Dat zou ook moeilijk zijn, want ik woon in het buitenland. Maar toch, An. Waar zijn mijn koekjes?

Nu, koeken terzijde, ik wist dat onze vader al als vrijwilliger meedeed en aangezien ik net als hij gedreven ben in het uitpluizen van details en mijn talenkennis ook wel van pas zou komen, heb ik me aangemeld. Het is trouwens de perfecte hobby om gezellig van thuis uit te doen.

Geschiedenis van religie en het jodendom

Wim: Ik heb altijd al een brede interesse in geschiedenis gehad. De laatste jaren verdiep ik me vooral in de ontstaansgeschiedenis van religies.

Ik ben gefascineerd door personen zoals Joseph Smith (1805-1844), de grondlegger van de mormoonse kerk. Of de joods-orthodoxe rabbijn Menachem Mendel Schneerson (1902-1994) die wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke Joodse leiders van de twintigste eeuw. Ik heb vooral interesse in de sociale en psychologische context waarin ze uitgroeiden tot leidersfiguren.

Een van de uitspraken van de joodse rabbijn Schneerson


Studie van Jiddisch (ייִדיש)

Om me verder te verdiepen in religiegeschiedenis, studeer ik sinds enkele jaren ook Jiddisch. Wist je trouwens dat het woord “jatten” (stelen) etymologisch afstamt van het Jiddische “jada-iem” en het Hebreeuwse “jad“, wat letterlijk hand betekent.

Een “jad” is een aanwijsstok die in de synagoge wordt gebruikt bij het lezen van de Thora, het heilige boek van de Joden. Het stokje wordt gebruikt om te voorkomen dat de perkamenten Thora-rollen worden bezoedeld door vingers. Vandaar ook de uitdrukking “met je jatten er van afblijven”.


Wat doe je precies binnen project OUTLAW?

Wim: Enerzijds voer ik net als de andere vrijwilligers mijn deel van de gevangenisregisters. Ik ga voor elke gevangene ook op zoek naar extra informatie. Zo snuister ik standaard door de genealogische websites FamilySearch.org en Geneanet.org. Ik maak ook gebruik van tal van internationale online databanken en krantenarchieven (zie tip onderaan).

Daarnaast modereer ik het online vraagforum. Daar kunnen vrijwilligers vragen stellen over de registers waaraan ze werken. We helpen elkaar met het ontcijferen van bijvoorbeeld moeilijk leesbare misdrijven of bij het napluizen van de feitelijke geboorteplaats van een gedetineerde.

Aan sommige van die vragen heb ik soms letterlijk dagen (met plezier!) gewerkt om te achterhalen waar iemand geboren is of waar een gedetineerde heen ging na zijn vertrek uit de gevangenis.

Eurekamoment

Wim: Ik geniet enorm van het eurekamoment als ik puzzelstukjes uit verschillende archieven en databanken samenleg en dan ineens een nieuw spoor vind dat tot een graf in Canada leidt of een krantenartikel in Engeland. Dat voelt net alsof je een schat vindt. Daar doe ik het voor.

Er staan vandaag bovendien zo veel archieven online dat je ongelooflijke zaken kunt terugvinden.

Zo kon ik dankzij online bronnen het traject van Hulda Hooge na haar vrijlating in 1892 reconstrueren. De 32-jarige Poolse dienstmeid zat anderhalf jaar vast in de hulpgevangenis van Leuven omdat ze onder druk van haar toenmalige verloofde Hell (ik verzin het niet) spullen had gestolen van haar werkgever.

Hulda liet er na haar vrijlating geen gras over groeien en vertrok al enkele weken later vanuit Amsterdam met de boot naar Amerika. Ik vond in de Amerikaanse nationale archieven een passagierslijst met haar naam en de naam van elke andere persoon in haar kajuit. Op die lijst staat ook de naam van haar toekomstige man: Emanuel Krenten. Hulda en Emanuel hadden allebei verschillende eindbestemmingen, dus meer dan waarschijnlijk is de vonk tussen hen pas op die transatlantische reis overgeslagen.

De namen van Hulda Hoge en haar toekomstige man Emanuel Krentel op de New York Passenger Arrival List op Ellis Island, 1892-1924, National Archives and Records Administration

Van gedetineerde tot veearts-specialist

Veel gedetineerden geraken van de regen in de drop, maar sommige levens nemen onverwachte wendingen. Een voorbeeld is Henri Rucq die ik tegenkwam in het gevangenisregister van Doornik. Henri zag in 1861 in Vaulx het levenslicht in een welgestelde boerenfamilie, elf jaar na de geboorte van zijn oudere broer Michel. De twee broers kwamen echter hoegenaamd niet overeen.

Op 12 november 1879 kwam de 18-jarige Henri tussen in een ruzie tussen zijn zus en zijn oudere broer. De twee broers raakten slaags totdat Henri plots zijn revolver bovenhaalde en Michel in zijn bil schoot. Michel overleefde het schot, maar Henri werd veroordeeld tot 16 maanden gevangenis.

Na zijn vrijlating verdwijnt elk spoor van Henri Rucq in België… Totdat hij opduikt als Enrique Rucq in Argentinië. Tegen 1883 had de 24-jarige Belg in Argentinië een reputatie opgebouwd als een gewaardeerd veearts, met een specialisatie in de Argentijnse polo pony.

Een kudde Argentijnse polo ponies

In navolging van de Franse scheikundige Louis Pasteur, introduceerde Henri aan het Bacteriologisch Laboratorium van Rosaria in Santa Fe ook de techniek voor het aanmaken van vaccins tegen miltvuur.

De ex-bajesklant speelde een cruciale rol in de uitbouw van de opleiding veeartsenijkunde aan het “Instituto Agronómico Veterinario de Santa Catalina” in Buenos Aires, waar de eerste Argentijnse dierenartsen afstudeerden in 1887.

Portret van Enrique (Henri) Rucq met zijn echtgenote Ana María Torres en één van hun kinderen. Enrique en Ana María huwden in Santa Fe op 14-10-1897 en kregen samen 7 kinderen. Na een indrukwekkende academische carrière is Enrique Rucq overleden in Rosario, Santa Fe in 1917.

Opvallende overlap tussen de gevangenis en de landloperskolonie

Wim: Ik ben zoals gezegd opgegroeid in Hoogstraten, vlakbij de landloperskolonies van Wortel en Merksplas. Het verbaasde me tijdens mijn invoerwerk telkens opnieuw hoeveel van de gedetineerden ook in die landlopersarchieven opduiken. Het is een stukje van de Hoogstraatse geschiedenis waar ik voordien niet veel oog voor had.


Niet heel onverwacht, zie ik ook dat bij veel misdrijven, vooral bij geweldplegingen en mishandeling, alcohol en dronkenschap een grote rol spelen. Ook vandaag de dag valt dat denk ik niet te onderschatten.

Bij mezelf merk ik dat ik het minste begrip heb voor de oplichters. Het gaat dan niet om personen die in een opwelling, een dronken bui of uit pure armoede een misdrijf begaan, maar het soort mensen die doelbewust en weken of maanden op voorhand een plan beramen om bijvoorbeeld na afloop van WOI bij arme boeren langs te gaan en hen geld af te troggelen door te doen alsof ze soldaten zijn.

Internationale spionagethriller

Een gevangene die me het sterkst is bijgebleven, is Albert August Erlecke (1852-1895), een jonge idealistische uitgever en boekhandelaar uit de Duitse staat Saksen-Anhalt. Zijn verhaal biedt fascinerende inzichten in de geschiedenis van Duitsland en de internationale strijd tegen het opkomende socialisme, vooral vanwege Erleckes aanvaringen met de Duitse en Belgische geheime diensten.

Mugshot van Erlecke, gemaakt na zijn arrestatie. De foto bevindt zich in het gerechtsdossier © Rijksarchief Vorst, Archief Hof van Beroep Brussel, reeks II, nr. 2648

Eerste keer naar de gevangenis in 1873

Als startende uitgever publiceerde Erlecke onder andere satirische spotwerken over de Duitse keizer Wilhem I en minister-president Otto von Bismarck, maar het was uiteindelijk een publicatie over de strijd tussen wetenschap en religie die hem rond 1873 de eerste keer in de beruchte Pruisische gevangenis Der Rote Ochse deed belanden. Over de erbarmelijke omstandigheden tijdens zijn opsluiting schreef hij een kort boekje.

Vluchten naar Zwitserland en België

Na zijn vrijlating in 1876 vluchtte Erlecke naar het politiek vrijere Zwitserland om daar zijn uitgeverswerk voort te zetten. Begin oktober 1877 moest hij echter al naar België uitwijken omdat ook in Zürich de grond hem te heet onder de voeten werd. Erlecke sprak later in zijn getuigenverklaringen van Duitse spionnen en pro-Duitse Zwitserse journalisten die hem probeerden zwart te maken, terwijl de Duitse overheid hem op haar beurt afschilderde als een oplichter en “sociaaldemocraat” (een scheldwoord in die tijd).

In de val gelokt door de Belgische geheime dienst

Van zodra Erlecke op 1 oktober 1877 in België aankwam, hield de Belgische geheime dienst hem in de gaten – wat je doet afvragen hoe nauw de samenwerking tussen de Belgische en Duitse geheime diensten toen was.

Reeds 17 dagen later, op 18 oktober 1877, werd hij in de val gelokt in het Grand Hôtel te Brussel door de in Pruisen geboren spion Mathias Plaum die voor de Belgische geheime dienst werkte. Plaum deed zich voor als de fictieve “Baron Von Stein” die geïnteresseerd was in een samenwerking met Erlecke voor de publicatie van werken die kritisch waren voor het Duits regime.

De dag erna, op 19 oktober 1877, werd Erlecke samen met een zekere Friedrich Mundt die hij in Zwitserland had leren kennen, door de Belgische autoriteiten gearresteerd.

Mugshot van Friedrich Mundt, mede-gearresteerde van Erlecke, 1877


Ondervragingen

Erlecke en Mundt werden in de weken na hun arrestatie meerdere keren ondervraagd door de Belgische geheime dienst. Beide mannen werden – vermoedelijk op vraag van de Duitse autoriteiten – onder druk gezet om hun contacten in Duitsland te verraden. De meeste socialistisch en republikeins gezinde auteurs publiceerden immers anoniem.

Mundt ging als eerste overstag en schreef al op 1 januari 1878 een brief aan Bismarck waarin hij de naam van Karl Loeffler onthulde als de auteur van het anti-keizerlijke satirische werk “Der Bauer Kruse und seine Geschichte”. Loeffler was een Duitse chemicus en landbouwkundige die zijn politieke republikeinse idealen via Erlecke uitgaf onder het pseudoniem “Tornov”.

Erlecke bezweek pas een jaar later onder de druk. Hij schreef op 22 december 1878 vanuit de gevangenis van Bergen ook een brief aan Bismarck waarin hij dezelfde Karl Loeffler ontmaskerde.

Arrestatie van “staatsvijand” Loeffler in Duitsland

De Duitse overheid liet er geen gras over groeien en al een dag later, op 23 december 1878, deed de politie een huiszoeking in het huis van Loeffler in Koblenz. De man werd beschuldigd van hoogverraad en keizersbeschimping.

De 17-jarige zoon van Loeffler was getuige van deze huiszoeking en kreeg later ook het tragische nieuws te horen dat zijn vader in de gevangenis van Ehrenbreitstein overleden was. Volgens de gevangenisadministratie door een beroerte, maar de familie zelf heeft altijd geloofd dat hij stierf aan de gevolgen van foltering.

Loeffler’s zoon emigreerde een paar jaar later naar de Verenigde Staten waar hij uitgroeide tot de bekende Duits-Amerikaanse componist Charles Martin Loeffler, Ter ere van zijn vader gebruikte Charles Martin vaak het pseudoniem Tornov, de naam die ook zijn vader had gebruikt.

Mysterieus en moreel ambigu

Wim: Ik vind Erlecke een enorm interessant geval omdat het allemaal zo frustrerend onduidelijk en moreel ambigu is.

Zo was de kompaan van Erlecke, Friedrich Mundt, een bekende oplichter die valse wetenschappelijke artikelen en reisverhalen publiceerde over de Filippijnen, waar hij nooit was geweest. Werkte Mundt – in ruil voor strafvermindering – mogelijk van bij aanvang samen met de Duitse geheime dienst om Erlecke te ontmaskeren en aan de praat te krijgen? Zijn vervroegde vrijlating via gratie lijkt daarop te wijzen.

Ook Erlecke zelf had niet meteen een smetteloze naam. Toen hij als jonge uitgever contact had met Friedrich Nietzsche voor de publicatie van diens werken, beschreef Nietzsche hem later in zijn briefwisseling met anderen als een man met een slechte reputatie.

Erlecke is waarschijnlijk zeer idealistisch gestart, maar dat idealisme is door zijn gevangeniservaringen, de druk van de Duitse overheid en toenemende professionele moeilijkheden meer en meer verwaterd. Uit zijn correspondentie met de Duitse overheid blijkt dat hij op het einde volledig moe getergd was en daardoor bereid was om mee te werken.

Hoe het ook zij, Erlecke lijkt me een kleine vis die de Duitse geheime dienst – met de hulp van de Belgische geheime dienst – gebruikt heeft om Dr. Karl Loeffler te ontmaskeren.

Hoe liep het af voor Erlecke?

Erlecke is na zijn vrijlating in 1879 naar Duitsland teruggekeerd. Hij heeft zijn leven nooit meer op de rails gekregen en verbleef verschillende keren in de psychiatrie: eerst in een gesticht in Dalldorf bij Berlijn en vervolgens in het provinciaal gesticht van Halle-Nietleben.

Provinciaal psychiatrische ziekenhuis van Halle-Nietleven, einde 19de eeuw.

Uiteindelijk is hij op 9 juni 1895 gewelddadig aan zijn einde gekomen in zijn geboortedorp Halle an der Saale door een kogel in de borst. Het is onduidelijk of hij het slachtoffer was van een roofmoord, zoals Erlecke zelf volhield voor zijn dood, of dat hij zichzelf van het leven had proberen te benemen.

De hele affaire roept heel veel vragen op die wellicht nooit een bevredigend antwoord zullen krijgen, maar het gerechtsdossier bevat een schat aan informatie over internationale samenwerkingen tussen Duitse, Engelse, Belgische en Zwitserse politiediensten en de werking van de Belgische en Duitse geheime diensten.


Heb je nog een tips voor onze vrijwilligers om zelf op speurtocht te gaan?

Wim: Wat grote genealogische websites betreft, zijn FamilySearch.org en Geneanet.org altijd goede startpunten. Daarnaast maak ik veelvuldig gebruik van onderstaande websites:

Landlopers

Overledenen en begraafplaatsen

Vreemdelingendossiers

Frankrijk en overzeese gebieden

Nederlandse gevangenissen

Joodse voorouders

Kranten

O, en tussen An en mij is alles altijd koek en ei, of tenminste toch ei.

Bedankt, Wim voor jouw enthousiasme en onmisbare hulp aan OUTLAW en alle vrijwilligers. Dat verdient een speciaal koekje 😉

Een reactie achterlaten