“Ik heb Dolfken gekend bij Coleta, zij heeft hem ook veel geslagen, zij sloeg ons altijd met haar hand en niet met eenen stok.”
Dat is wat de vierenhalfjarige Cyrille Devolegaere op 11 november 1892 verklaarde aan de Gentse onderzoeksrechter. Hij verhoorde de kleine jongen als getuige in verband met het verdachte overlijden van de elf maand oude Dolfken Baeyens. Hoewel het nu niet snel meer gebeurt, was het toen niet abnormaal om een kleuter te laten getuigen.
Dolfken en Cyrille verbleven beiden bij Coleta Vaes, een 39-jarige naaister die in haar kleine woonst in de Bommelstraat in Gent tegen betaling kinderen opving van alleenstaande moeders die moesten gaan werken.
Coleta had echter een kort lontje en was nogal opvliegend. Ze verkocht de kinderen vaak een klap; zeker wanneer die ‘lastig’ waren of als de moeders haar niet op tijd konden betalen.
Zo werd Cyrille ook meerdere keren onder handen genomen: “Zij heeft mij dikwijls en lang in den stal bij de geiten en de konijnen gestoken, ik was in mijn hemd en op mijne blote voetjes […] Coleta heeft mij ook eens aan het bed gebonden, ik weet niet meer waarom.”

Coleta werd op 31 januari 1893 veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf voor doodslag van Dolfken Baeyens.
Stage
Bovenstaand bericht is van geschiedenisstudente Lara Ergül Claeys die momenteel in Rijksarchief Gent stage loopt binnen project OUTLAW.
Lara zal u de komende maanden laten kennismaken met de rijke strafrechtelijke archieven die in het Gentse Rijksarchief worden bewaard. Perfect om de lokale criminaliteit van uw dorp of gemeente te reconstrueren, maar ook prachtige bronnen om tendensen van sociale kwetsbaarheid in de geschiedenis bloot te leggen.