Een internationale klopjacht met een spannende ontknoping in Gent. Maïté Van Vyve (UGent) onderzocht hoe de Gentse politie in 1909 een internationaal geseinde anarchist wist te arresteren.
Een dramatische arrestatie
Op een donkere maandagavond, 15 februari 1909, werd de Lange Violettenstraat opgeschrikt door geweerschoten en geroep. Politiecommissaris De Smet was samen met drie agenten de apotheek Van Houtten op nummer 6 binnengedrongen, waar een gezochte anarchist uit het tsarenrijk zich schuilhield. Na een korte ondervraging trok de voortvluchtige plots zijn wapen en loste acht schoten. De kogels vlogen door de kleine kamer; de politiecommissaris en één agent werden dodelijk getroffen.
Na een intense schermutseling slaagden de twee overgebleven agenten er met moeite in de voortvluchtige te overmeesteren. Pas met hulp van drie toevallige voorbijgangers en twee militairen konden ze hem geboeid naar het commissariaat brengen.
De volgende dag stond de dramatische arrestatie op alle voorpagina’s. Maar ondanks alle belangstelling bleef één vraag onbeantwoord: wie was die voortvluchtige anarchist, die daar achter tralies zat?
Een bom in Brussel
Twaalf dagen voor de schietpartij in Gent had de Oost-Europeaan, samen met een handlanger, zich schuldig gemaakt aan een brutale afpersing in hartje Brussel. Hun doelwit: Bernard Mayer, een bekende pelshandelaar aan de Beurs, die studenten uit het tsarenrijk vaak financieel ondersteunde. De twee eisten een duizelingwekkende som van 3.000 frank en gebruikten een zelfgemaakte bom als dreigmiddel.
Toen Mayer uiteindelijk betaalde, was het doel bereikt en de bom dus overbodig. In een mix van paniek en nonchalance lieten de twee het explosief achter op een bouwwerf in Sint-Josse-ten-Node. De volgende ochtend ontdekten verbaasde arbeiders het gevaarlijke pakketje, en de pers sprong op het sensationele verhaal.
De Brusselse politie kwam meteen in actie. Dankzij getuigenverklaringen identificeerden ze één van de verdachten als Vladimir Seiliger. Maar het werd al gauw duidelijk dat hij ook opereerde onder een ander alias: Alexander Sokolovsky. De klopjacht was begonnen.
Op de vlucht naar Gent
De voortvluchtige anarchist voelde de adem van de speurders in zijn nek en sloeg op de vlucht. Aangekomen in Gent betrok hij een kleine kamer boven de apotheek in de Lange Violettenstraat nummer 6. Hij hield zich gedeisd, vermeed contact met andere bewoners en nam een nieuwe identiteit aan: Pierre Chucharov. Alles om geen argwaan te wekken.
Ondertussen sierde zijn portret de voorpagina’s van zowat alle Belgische kranten. Elk politiekantoor, elke douanepost en elke brigade van de gendarmerie had inmiddels het opsporingsbevel ontvangen – ook het commissariaat in Gent.

Toch liep het fout. Op zondag 14 februari, één dag voor de dramatische arrestatie, verscheen de voortvluchtige onder druk van zijn huisbaas op het commissariaat om zich als vreemdeling te laten registreren, een standaardprocedure voor nieuwkomers in de stad. Hij werd er vriendelijk ontvangen en zijn gegevens werden zonder argwaan verwerkt.
Noch de agent achter de balie, noch de anarchist zelf, had door dat net die ochtend het officiële opsporingsbericht voor “Vladimir Seiliger” op datzelfde politiebureau was toegekomen. De Gentse agenten, overwerkt en onderbemand, misten zo de kans om een internationaal gezochte anarchist in hun eigen loket aan te houden.
Gelukkig was er de waakzaamheid van oplettende burgers. De apotheker en diens broer herkenden de anarchist op basis van de krantenfoto’s. Zonder aarzelen trok de broer de volgende ochtend naar het commissariaat om zijn vermoeden te melden. De politie reageerde onmiddellijk, maar dat leidde tot de bloedige arrestatie die heel Gent op zijn grondvesten deed daveren.
Een man met vele namen
Met de hulp van de Franse, Nederlandse, Duitse, Zwitserse én Russische autoriteiten ontrafelden de Belgische speurders langzaam maar zeker de ware identiteit van de mysterieuze anarchist. Hij bleek niet één, niet twee, maar minstens vijf aliassen te gebruiken. Naast Vladimir Seiliger en Alexander Sokolofsky dook ook de naam Miguel Schernov op – een beruchte anarchist, gelinkt aan gewapende acties in Buenos Aires en internationaal gesignaleerd. Daarbovenop werd hij ook nog eens in verband gebracht met de namen Abraham én David Hartenstein. De stille huurder boven de apotheek in Gent bleek een man met vele gezichten en een gevaarlijk verleden dat zich uitstrekte over meerdere continenten.

Rijksarchief Gent, Hof van Assisen, R81, 777-778, 7747, 1 januari 1909.
Uiteindelijk bracht een bundel brieven, gevonden bij huiszoekingen, samen met informatie uit het Russische tsarenrijk en de Verenigde Staten, uitsluitsel. Na een maand van intensief speurwerk, internationale samenwerking en een forse inzet van mensen en middelen, konden de Belgische autoriteiten met zekerheid verklaren: de man in hechtenis was Abraham Hartenstein, geboren in februari 1887 in Odessa, ook bekend onder de namen Vladimir Seiliger, Alexandre Sokolovsky, Miguel Schernov en Pierre Chucharov.
De zaak-Hartenstein hield niet alleen Gent, maar het hele land in de ban. Wat begon als een mysterieuze afpersing in Brussel, eindigde in een bloedige confrontatie in de Lange Violettenstraat. De onthulling van Hartensteins ware identiteit gaf niet alleen een unieke inkijk in het transnationale netwerk van anarchisten, maar ook in de beperkingen én mogelijkheden van vroeg twintigste-eeuws politieonderzoek. Het verhaal toont hoe één man, gewapend met valse namen, explosieven en ideologische overtuiging de Belgische veiligheidsdiensten wekenlang op scherp zette. ‘De misdaad van de Lange Violettenstraat’ werd zo legendarisch dat ze nog lang na de feiten werd nagespeeld in de zogenaamde ‘tableau sensationnel’ op de Gentse kermissen, dat zelfs nog in 2025 een remake kreeg!

Meer weten
- Rijksarchief Gent, Hof van Assisen, R81, nrs. 777-778, dossier 7747.
- Algemeen Rijksarchief, Ministerie van Justitie. Bestuur Openbare Veiligheid. Dienst Vreemdelingenpolitie (BE-A0510), Individuele dossiers geopend tussen 1835 en 1912 (dossiers nrs. 1-999.999) (F 1649), 859494 (Miguel Schernow), 875374 (Alexandre Socoloff), 880889 (Vladimir Seiliger).
- M. Van Vyve, “The Usual Suspect. Cooperation Between The Belgian Police and Ochranka in Their Hunt For The Anarchist Abraham Hartenstein (1909)”, in Police Intelligence, from Local to Global. From 1750 to the Present-Day, Palgrave-Macmillan, 2026. [forthcoming]
- In 2025 maakten scholieren een remake van de verloren gegane film. Daarmee behaalden ze een gedeelde eerste prijs van de Geschiedenis Olympiade. De film bekijk je hier.
Over de auteur
Maïté Van Vyve (1995) is assistent en doctoraatsstudent aan de Vakgroep Geschiedenis van de UGent. Ze behaalde masterdiploma’s in Geschiedenis (KU Leuven), Diplomatie en Internationale Betrekkingen (UAntwerpen) en Digital Humanities (KU Leuven). Haar doctoraatsonderzoek, onder begeleiding van Christophe Verbruggen en Margo De Koster, focust op de samenwerking tussen de Belgische politie, de Franse politie en de Russische geheime diensten bij het opsporen en uitwijzen van Oost-Europese migranten in de periode 1880–1914. Tegelijkertijd onderzoekt ze de strategieën die migranten hanteerden om toezicht en vervolging te ontwijken. Het project situeert zich zo op het kruispunt van politiegeschiedenis en migratiegeschiedenis.


