ONDERZOEK – Wat het verleden ons leert over misdaad en straf in onze huidige samenleving

Altijd al willen weten hoe misdaad en straf veranderd zijn doorheen de tijd? Wil je meer weten over het ontstaan van wetenschappelijk onderzoek naar criminaliteit? Ben je benieuwd naar wat criminologen en historici van elkaar kunnen leren – en belangrijker, waarom hun kennis waardevol is voor het maatschappelijk debat?

Je ontdekt er alles over in het boek Historische Criminologie. Een Inleiding. Wat het verleden ons leert over misdaad en straf in onze huidige samenleving, geschreven door Margo de Koster (UGent, VU, VUB).

door Laura Nys

Historische criminologie: wat historici en criminologen van elkaar leren

In drie delen voert het boek je doorheen belangrijke thematieken binnen de historische criminologie, te beginnen met de fundamenten van de discipline zelf. Want wat is de historische criminologie? Criminologen en historici redeneren vanuit hun eigen achtergrond, ze hebben hun eigen theoretische modellen en ze hebben ook andere motieven om het verleden te onderzoeken. Zo zijn criminologen vaak geïnteresseerd in kennis over het verleden die niet alleen de hedendaagse situatie verklaart, maar die hen ook in staat stelt om beleidsaanbevelingen te bieden. In die zin hebben ze interesse in het verleden om te kunnen anticiperen op de toekomst. Historici zijn eerder voorzichtig met uitspraken over de toekomst. Toch houden zij zich niet afzijdig van het publieke debat. Als politici het verleden onjuist voorstellen, kunnen historici die mythes ontkrachten.

Centraal in de historische criminologie staat het redeneren vanuit ‘historische tijd’. Door tijd als een analytische lens te gebruiken, wordt het kijken naar het verleden ook werkelijk een onderzoek dat redeneert vanuit het historisch denken. ‘Historische tijd’ bestudeert tijd op verschillende niveaus. Langdurige ontwikkelingen en grote veranderingen krijgen hierin een plaats, maar ook ‘evenementiële’ tijd – de tijd van gebeurtenissen. Ook het niveau van de context is belangrijk om processen in een ruimer plaatje te kunnen plaatsen. De meerwaarde van dit perspectief blijkt duidelijk doorheen het boek.

Misdaad en straf: een geschiedenis

Deel twee van het boek schetst een geschiedenis van misdaad en straf van de late middeleeuwen tot het heden. Gedurende lange tijd werden conflicten beslecht tussen particulieren of op informele wijze. Vanaf de late middeleeuwen gingen overheden steeds actiever ingrijpen, met name in het publieke strafrecht. Vanaf de Verlichting kreeg de bescherming van privébezit dan weer meer aandacht. Bovendien zag de late achttiende eeuw de opkomst van nieuwe strafmethodes: de opsluiting en ‘de geboorte van de gevangenis’, zoals de beroemde Franse filosoof Michel Foucault deze historische omwenteling beschreef. Niet langer het oog-om-oogprincipe stond centraal, maar het disciplineren en hervormen van misdadigers.

De negentiende eeuw kende veel fundamentele veranderingen. Het ontstaan van natiestaten ging gepaard met de opkomst van een sterke centrale overheid, de introductie van de ‘code pénal’ en de uitbouw van een politieapparaat. De industrialisering leidde ertoe dat veel arbeiders in armoedige omstandigheden moesten zien te overleven. Criminaliteit werd ‘ontdekt’ als een prangend maatschappelijk probleem dat een strenge aanpak vereiste.

Het ontstaan van de criminologie: the bigger picture

De zichtbaarheid van criminaliteit ging hand in hand met een wetenschappelijke interesse in criminaliteit. Het is hier dat we de opkomst van criminologie als een specifiek domein moeten situeren. In het boek worden ontwikkelingen in de criminologie in een ruimer verhaal geplaatst van wetenschapsgeschiedenis en de sociale en intellectuele context. Lombroso bijvoorbeeld, een van de sleuteldenkers van de vroege criminologie, staat bekend als een baanbrekend figuur omwille van zijn onderzoek naar lichamelijke kenmerken van gevangenen. Maar lang voor hij dat deed, hadden onderzoekers al interesse in het meten en classificeren van veroordeelden en het denken over de ‘criminele persoonlijkheid’. Een ruimer verhaal plaatst dit alles in perspectief.

Verschuivingen doorheen de tijd

De meerwaarde van het denken met ‘historische tijd’ wordt ook duidelijk in het benoemen van de continuïteit en verschuivingen doorheen twee eeuwen. Één van die voorbeelden is de veranderende opvatting over daders: in de Verlichting primeerde het beeld van de dader als een moreel ‘vervallen’ figuur die verbeterd moest worden. Dit beeld werd in de negentiende eeuw vervangen door het beeld van de gevaarlijke crimineel uit de onderwereld, en later door het beeld van de ‘zieke’ dader met een fysieke of psychische beperking die ‘genezen’ moest worden.

Mythes doorprikken

Wat kunnen we nu met die historische kennis? Het laatste deel van het boek bevat drie casestudies waarin duidelijk wordt waarom historische criminologie zo belangrijk is. In hedendaagse debatten over de politie bijvoorbeeld, wordt vaak een beeld opgehangen van een ‘gouden tijd’ toen de politie nog gerespecteerd werd en dicht bij de burger stond. Historisch onderzoek kan dat soort mythes nuanceren, leert De Koster. Ook andere thema’s die geregeld de inzet zijn van politieke debatten, zoals jeugddelinquentie of etnische minderheden, hebben baat bij een genuanceerde visie gebaseerd op historische kennis.

Nieuwsgierig? Lees het boek en laat ons weten wat je denkt!

Margo de Koster, Historische Criminologie. Een Inleiding. Wat het verleden ons leert over misdaad en straf in onze huidige samenleving (Owl Press, 2024).

Margo De Koster is historicus en socioloog verbonden aan de vakgroep geschiedenis van de UGent, de faculteiten Recht en Criminologie van de VUAmsterdam en de VUB. Zij is gespecialiseerd in de historische criminologie en de sociale geschiedenis van de 19de en de 20ste eeuw.

Een reactie achterlaten