TEAM – In gesprek met vrijwilliger Johan

Johan Buelen is al sinds 2019 als vrijwilliger aan de slag in het Rijksarchief te Gent. Daar legde hij zich eerst toe op de erfenisaangiften van de regio Kruishoutem, maar hij kon al snel niet weerstaan aan de criminele lokroep van project OUTLAW.

We strikten hem voor een interview. Ontdek hieronder hoe hij na een professionele loopbaan bij de fiscus in het 19de-eeuwse criminele milieu terechtkwam.

Johan Buelen


Dag Johan, kan je jezelf even aan ons voorstellen?      

Johan: Oei, dat is al direct een moeilijke vraag! Ik ben geboren en getogen Hasselaar. En vanaf mijn 18de ben ik steeds in westelijker richting opgeschoven: mijn studies brachten me naar Leuven, mijn werk naar Brussel en de liefde naar Gent. Daar woon ik nu nog steeds en ook mijn vrouw is nog steeds dezelfde 😉.

Loopbaan bij de fiscus

Johan: Ik heb rechten gestudeerd in Leuven en ben dan beroepshalve bij de fiscus (FOD FinanciĂ«n) beland. Ik leidde daar eerst een controle- en later een geschillendienst. De laatste 15 jaren vertegenwoordigde ik de overheid in fiscale geschillen die voor de rechtbank en het Hof van Beroep kwamen: conclusies schrijven, pleidooien houden, 
 . En liefst die zaken ook winnen natuurlijk!   


Johan: Ik heb mijn werk altijd heel graag gedaan, maar eind 2018 ben ik met pensioen gegaan. Ik kon in principe nog 2 jaar langer blijven, maar op een bepaald moment draaide ik toch voor mezelf de knop om.

Achteraf  bekeken ben ik daar heel blij om, ook al omdat kort nadien corona uitbrak. Nu heb ik mooi afscheid kunnen nemen, met ook een leuk feestje. En tot mijn eigen verbazing was ik het na twee weken “met pensioen” helemaal gewoon.      
                                                                               

Hoe ben je als vrijwilliger bij het Rijksarchief en project OUTLAW terecht gekomen?

Johan: Dat is eigenlijk door mijn vrouw gekomen. Zij had op de website van het Rijksarchief gezien dat ze vrijwilligers zochten. Ze heeft even overwogen om dit zelf te doen, maar het is er uiteindelijk niet van gekomen. Toen ik met pensioen ging, herinnerde ze me eraan dat het Rijksarchief vrijwilligers zocht en of dat niet iets voor mij zou zijn.

Ik ben dan eens gaan luisteren bij het bewuste Rijksarchief te Gent en kort nadien als vrijwilliger gestart. Ik heb me eerst bezig gehouden met het ontsluiten van de 19de-eeuwse nalatenschappen en erfenisaangiften van de regio Kruishoutem. En dan werd me vorig jaar gevraagd of ik wilde meewerken aan project OUTLAW. Die afwisseling van projecten sprak me wel aan. Ik ben gepromoveerd zou je kunnen zeggen 😉

Had je vroeger ook al interesse in geschiedenis?

Johan: Ja, toch wel. Zowel mijn vrouw als ik lezen veel historische romans. We hebben samen ook altijd veel gereisd en dan leer je sowieso veel over de geschiedenis van het land en de streek waar je vertoeft.

En die historische interesse is er nog steeds. Zo ploeg ik momenteel door de Canon van Vlaanderen. Als jurist kan ik natuurlijk niet voorbijgaan aan het canonvenster over de Code Napoléon, het Burgerlijke Wetboek uit 1804 dat twee eeuwen lang de basis van onze burgerlijke rechtspraak vormde. De impact op ons rechtsbestel was, en is deels nog steeds, gigantisch.

Titelblad van het Burgerlijke Wetboek van Napoleon. Napoleon zelf noemde ‘zijn’ wetboek zijn grootste verwezenlijking, belangrijker dan al zijn overwinningen op het slagveld.


Johan: Even indrukwekkend maar dan op artistiek gebied vind ik de beeldhouwwerk Treurend ouderpaar van KÀthe  Kollwitz op de Duitse militaire begraafplaats in Vladslo. De Duitse kunstenares verloor haar jongste zoon Peter aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Ze uitte haar verdriet met twee beelden: een rouwende moeder en vader.

We hadden ooit het geluk met een fantastische gids het kerkhof met de beelden te kunnen bezoeken. Echt indrukwekkend !

Treurend Ouderpaar in Vladslo

Johan: Ik werk ook al een tijdje aan mijn eigen stamboom (voorbereidende fase, zou je kunnen zeggen). Ik heb al stapels documentatie, waaronder zelfs het trouwboekje van mijn overgrootvader, maar door project OUTLAW ligt dat nu even stil.

Wat doe je precies binnen project OUTLAW?

Johan: Omdat mijn roots in Limburg liggen, vond ik het fijn om me bezig te houden met de Limburgse gevangenissen. Zo heb ik alle 12 registers van de gevangenis van Hasselt ingevoerd en heb ik ondertussen ook de 4 registers van de gevangenis van Tongeren verwerkt. In totaal gaat het voor heel Limburg om 3.282 gedetineerden!

Ingekleurde litho uit 1860 van de historische gevangenis van Hasselt door Charles Joseph Hoolans © Het Stadsmus Hasselt

Johan: Sinds kort ben ik gestart met de registers van meisjesafdeling van de gevangenis van Luik en help ik ook met het controleren en verbeteren van ingevoerde lijsten.

Daarnaast ben ik ook de beheerder van de hulplijsten voor de OUTLAW vrijwilligers. Dit zijn lijsten van historische beroepen, misdrijven en gevangenisklusjes. Ik tracht de lijsten overzichtelijk te houden, tikfoutjes eruit te halen en ze voortdurend met nieuwe items aan te vullen.

Wat vind je leuk aan werken voor OUTLAW?

Johan: Vooral het feit van deel uit te maken van een groter geheel, om bij te dragen aan een gezamenlijk project. De gedachte dat de wetenschap en individuele onderzoekers hopelijk in de toekomst de vruchten kunnen plukken van de duizenden gegevens die we samen invoeren.

Studenten bestuderen crime dossiers tijdens een workshop in het Rijksarchief, 2023


Johan: Ik ben ook heel graag bezig met geconcentreerd werk dat mijn aandacht opslorpt. Als ik bezig ben met het controleren en aanvullen van de hulplijsten dan vliegt de tijd voorbij.

Ik hoop dat project OUTLAW binnenkort ook eens een lezing of workshop organiseert over het gevangeniswezen of de strafrechtpraktijk. Het interesseert me immers om de gegevens die we invoeren in hun bredere historische context te kunnen plaatsen. Of eens een bezoekje aan een museum, dat zou ook wel leuk zijn.

Vallen je eigenaardigheden op in de Limburgse gevangenisregisters?

Johan: Ik kan natuurlijk niet vergelijken met registers uit andere regio’s, maar bepaalde misdrijven zoals diefstallen, zedenmisdrijven en aanslagen op de eerbaarheid komen opvallend vaak voor. Je merkt ook dat zedenmisdrijven voorkwamen in alle sociale lagen van de bevolking, terwijl gewone diefstallen toch vooral gepleegd werden door armere mensen die dit waarschijnlijk uit pure noodzaak deden.

Schilderij ‘Rijkdom en armoede’ van de Vlaamse kunstenaar Emile Claus, ca. 1882


Johan: In de meer begoede klasse zie je dan weer meer gesofisticeerde vormen van diefstal zoals oplichting, vervalsing en fraude. Wat wij vandaag de witteboordencriminaliteit zouden noemen.

Van sommige misdrijven verraste het me wel dat mensen er direct voor naar de gevangenis vlogen. Bijvoorbeeld voor jachtmisdrijven. Je belandde in de 19de eeuw al achter de tralies voor het stropen van enkele konijnen. Ook gevangenisstraffen voor hanengevechten zie je regelmatig opduiken. Ik begrijp dat het verboden is, maar vandaag zou je waarschijnlijk eerder een boete krijgen.

Detail uit schilderij ‘Het Hanengevecht’ van Emile Claus, 1882


Zijn bepaalde gevangenen jou meer bijgebleven dan anderen?

Johan: Ja, toch wel. Van één geval zou je bijna kunnen spreken van een obsessie. Heel toevallig stootte ik in mijn eerste register van de gevangenis van Hasselt op een zekere Rosalie Eerzaems (1855?-1875). Alleen die familienaam al
 Op zich geen glorieus verhaal: Rosalie is heel jong en tragisch gestorven. We weten bitter weinig over haar. Mogelijk wilde ik net daardoor meer over haar weten.

Wie was Rosalie Eerzaems?

Johan: Aanvankelijk was zelfs haar voornaam onduidelijk: het was Rosine of Rosalie. Uiteindelijk bleek het Rosalie te zijn. Daarnaast hadden ze in de gevangenis van Hasselt ook geen precieze geboortedatum genoteerd. We weten enkel dat ze geboren is in het Limburgse Stokrooie en 19 jaar oud was toen ze op 1 februari 1874 binnenkwam in de gevangenis van Hasselt.

AI-gegenereerd beeld van een 19de-eeuwse dienstmeid

Vier maanden in de cel

Johan: De jonge dienstmeid moest een straf van vier maanden uitzitten voor “diefstal en misbruik van vertrouwen”. Vermoedelijk had ze gestolen van de mensen bij wie ze werkte. In haar moreel verslag lezen we dat ze in de gevangenis leerde breien en het gevangenisbestuur goede hoop had op een succesvolle re-integratie in de samenleving.

Een eenzame dood

Johan: Van die gehoopte re-integratie is jammer genoeg niets terecht gekomen. Via haar overlijdensakte ontdekten we dat Rosalie al een jaar na haar vrijlating, op 20 oktober 1875, aan tyfus gestorven is in het gasthuis van de Grauwzusters te Hasselt. Ze was toen pas 21 jaar. Vreemd genoeg noteerden ook de Grauwzusters in hun patiëntenregister enkel een leeftijd voor Rosalie en geen geboortejaar.

Wist Rosalie het mogelijk zelf niet? Of was ze ondertussen zo ziek dat ze het niet meer kon zeggen?

Detail uit het patiëntenregister van het hospitaal van de Gauwzusters in Hasselt. Dit register wordt bewaard in KADOC-KULeuven.

Geboorteakte spoorloos

Johan: Via informatie die ik bekwam van het Rijksarchief, het Stadsarchief Hasselt, de Heemkundige Kring Kuringen-Hasselt en de parochiepastoor van Stokrooi kan ik ondertussen al een stamboom van haar hele familie samenstellen: haar ouders, haar broers en haar zussen.

Maar om een of andere reden blijft de geboortedatum van Rosalie een mysterie, net zoals de vraag waarom haar geboorteakte niet te vinden is, terwijl we wel geboorteaktes terugvonden voor haar twee zussen en broer: Josephina (°1851), Lambertus (°1853) en een jongere zus Marie Régine (°1858).

Valse identeit?

Toen we voor Rosalie’s jongere zus Marie RĂ©gine echter geen overlijdensakte vonden, begon er een belletje te rinkelen. Wat als Rosalie eigenlijk Marie RĂ©gine was en ze dus een valse identiteit had aangenomen? Mogelijk deed ze zich ouder voor om als dienstmeid aan de slag te kunnen? Dit zou betekenen dat ‘Rosalie’ slechts 15 jaar oud was toen ze binnenkwam in de gevangenis van Hasselt.

Het feit dat in de bevolkingsregisters van Stokrooie na 1858 telkens slechts drie kinderen in plaats van de verwachte vier worden vermeld, versterkt de hypothese dat Rosalie en Marie Régine één en dezelfde persoon zijn. Zowel de strafrechtelijke instanties als de Grauwzusters werden blijkbaar om de tuin geleid en Rosalie nam haar geheim mee in haar graf.

Kwetsbare mensen krijgen terug een naam

Johan: Soms maak ik me de bedenking dat ik mogelijk de voorbije maanden al meer aandacht aan Rosalie heb besteed dan ooit iemand heeft gedaan tijdens haar leven. En dit 150 jaar na haar dood.

Dat is eigenlijk ook de bedoeling van project OUTLAW: mensen in de rand van de 19de-eeuwse samenleving terug een naam en erkenning van hun bestaan geven.

Bedankt voor alle werk dat je verricht voor project OUTLAW, Johan!

Een reactie achterlaten